Welkom op de website van Scouts en Gidsen Baden-Powell Eeklo!

Scouts Eeklo /Nieuws/524


Onthoud mij
Welkom bij Scouts en Gidsen Baden-Powell Eeklo
ok!
Scouts Eeklo - Scouting in Eeklo op z'n best!
 
februari 2018
m d w d v z z
1 2 3 4
5 6 7 8 9 10 11
12 13 14 15 16 17 18
19 20 21 22 23 24 25
26 27 28

 

 

 

 

 

 

 




  • jul  29
    Givers in de Pyreneeën: het relaas
    auteur:
    'Amai! Naar de Pyreneeën!? Ge zie 't gulder goe zitten!'
    Jabejoas! En vertrokken waren ze. Op naar het land van wijn en boursijn.




    Op de eerste dag gingen ze zuidwaarts, veel zuidwaarts. Ze trommelden hun ouders op, gingen ermee naar de luchthaven en zeiden ze adieu, dat reist makkelijker. Maar de ouders namen hun auto's ook terug mee dus namen ze maar het vliegtuig. 'Amai!' en 'Whiiii' zeiden ze en zo'n negenhonderd kilometer later stonden ze weer op de grond. Op de grond van Carcassonne ditmaal. Maar 't was Perpignan waar ze naartoe moesten dedju! En omdat vliegen ook niet alles is namen ze maar de trein. In Perpignan hadden ze pas waarlijk het zuiden gevonden. Palmbomen, pittawinkels, fonteinen, het was er precies Centerparks! Het was ook hier dat ze voor het eerst kennis maakten met de ware betekenis van hun reis: het kerstenen van de door heidenen bevuilde Oostelijke Pyreneeën. Tof zeg! Maar eerst gingen ze wat in de tuin gaan zitten van een gekke Fransman in een caravan. Ze zetten er ook hun tenten op, zongen hun avondlied en gingen slapen.

    Op de tweede dag gingen ze zeewaarts, Middellandse Zeewaarts. Maar eigenlijk zijn gemotoriseerde voertuigen voor mietjes, dus gingen ze in Perpignan wat fietsen zoeken en reden ze ermee naar de zee. De tweede dag leek het begin van wat een strandvakantie had kunnen worden. Zalig zijn de onwetenden, dat wel. Ze werden er een beetje bruin, en hier en daar ook een beetje rood van, ze gingen wat naar de boeien zwemmen en wanneer ze genoeg hadden van de zee fietsten ze nog wat verder op zoek naar een plekje om te slapen. En na een tijdje rondfietsen vonden ze er zelfs twee. Ze kozen dan maar voor de slaapplaats met zwembad. Tentjes zetten, spaghetti maken, eten en afwassen, een ritueel dat zich dat kamp nog enkele malen zou herhalen. En toen de gastheer zijn kerstverlichting aanzette was de sfeer compleet. Er was wel geen kampvuur maar 't school toch niet veel. Tot de vriendelijke gastheer de verlichting plots uitschakelde. Iedereen, behalve enkele die hards die buiten sliepen, kroop dan maar in zijn tentje. Op naar een nieuwe dag.

    Op de derde dag hadden ze het wel een beetje gehad met dat vlakke land, dus trokken ze de heuvels in. Maar eerst een frisse duik in het zwembad en nog snel enkele fietsen oplappen. Al snel bleek dat de fietsen niet erg geschikt waren voor het echte werk. Gelukkig waren de givers dat wel. Na een middagmaal aan Le Tech, een rivier die tijdens hun verblijf in Amélie-les-Bains de komende dagen nog hun beste vriend zou worden, kwamen ze dan ook al snel aan in Maureillas-las-Illas. De foeriers hadden deze keer een plekje aan een riviertje kunnen strikken. Dat de eigenaar blijkbaar een imker was en dat er waterslangen in de rivier zaten namen ze er graag bij. Temeer daar ze een bescheiden kampvuurtje mochten houden. Bij het slapengaan leek de trend van gisteren gezet: buiten slapen.

    Op de vierde dag gingen ze verder te voet. Vol frisse moed trokken ze de wildernis in. Ze doorwaadden rivieren, doorkruisten distelvelden, beklommen rotspartijen en besloten ten slotte om verder te gaan langs de weg. Eens in Illas, een HOL waar ze wat verlepte hesp en wat appels kochten, was het vet al wat van de soep. Edoch, in Illas blijven was ook niet alles dus gingen ze verder richting Cerêt. En voor de afwisseling kozen ze nogmaals voor the wild side. Niet rond de berg maar recht erover dus. Wat hen naar hun eerste top van zo'n 1065m leidde.
    Gaandeweg kwamen ze tot nieuwe inzichten in het begrip 'steil' en kerstenden ze menig nordic walker. Wanneer de eersten boven kwamen, wortels geplant hadden en een kaartje hadden gelegd waren de laatsten er ook en begonnen ze aan de lange tocht naar beneden. Sommigen in ware extreme downhill style, anderen niet. Druppelsgewijs kwamen de givers toe in Cerêt waar een waar volksfeest aan de gang was en waar ze elkander als bij wonder vlot terugvonden. Vervolgens legden ze het laatste stukje naar Amélie-les-Bains via gemotoriseerde weg af en kwamen ze aan in hun klein paradijsje waar ze de komende twee nachten zouden verblijven. De dag van hard labeur werd feestelijk beëindigd met een lang kampvuurke on the rocks.

    Op de vijfde dag rustten ze. Enfin, wat zwemmen in de kolkende rivier en een hoogteparcours daargelaten. De leiding trok zich wat terug, wellicht om allerlei geheime zaken te bespreken. De rust werd abrupt verstoord door de woorden 'SLANG! DER ZIT SLANG IN DE TENT!'. Sensatie! De hele groep sprong het water uit en rende naar de tent. Terwijl iedereen wat gefascineerd stond te kijken liep Sander enthousiast de tent binnen, zakmes in de aanslag. Na een korte maar hevige strijd tekende zich een duidelijke winnaar af: Sander. Vervolgens werd het beestje gevild en werden de wildste plannen gesmeed over wat ze ermee zouden doen. Een handige draagriem, een bandana, een zweepje? Maar toen het plots naar rotte vis begon te ruften, lieten ze de ambitieuze plannen voor wat ze waren en hingen ze het aan een boom als voorbeeld voor andere slangen.
    Alweer een dag vol spanning en avontuur werd gepast afgesloten met een copieuze maaltijd (duikboot trio formaggi) en een kampvuur op de rotsen in de rivier. Enkelen waagden zich zelfs aan een nachtelijke duik in de stroomversnelling.

    Op de zesde dag gingen ze alweer op avontuur, in het water deze keer. Canyoning heet dat dan. Het was een beetje zoals hier, maar dan veel zotter en zonder bier. Hierin werden ze begeleid door respectievelijk een oude navy seal commandant die hen aanmoedigde door doorlopend dingen te roepen die ze niet verstonden en een verre neef van de kerstman die eigenlijk niet zoveel hield van canyoning en daarom maar wat meedobberde met de stroom. Gelachen dat ze hebben. Jammer genoeg zijn hier geen foto's van.
    Na dit bloedstollende avontuur gingen ze terug naar hun vertrouwde plekje alwaar ze, alsof het nog niet genoeg was geweest, nog wat in het water speelden en waar ze tot ieders paniek een boodschap in een fles vonden waarop te lezen stond dat de fouriers ontvoerd waren. Gelukkig konden ze al snel de cryptische omschrijving over hun verblijfplaats ontcijferen. Op naar de top met het kruis! Het was een moeizame klim, vooral door de vele shortcuts die ze namen, ze hadden immers geen tijd te verliezen! Eens boven zagen ze hun teerbeminde foeriers terug, gezond en wel. Van de daders was echter geen spoor te bekennen. Wel hadden ze hier een zalig uitzicht over de omgeving, dit werd georkestreerd door strategisch geplaatste bankjes. Maar eerst lekkere macaroni smullen. Tijdens de avondlijke mijmeringen op het bankje zagen de bui al hangen, maar vastbesloten sliepen ze toch allen onder de blote hemel.

    Op de zevende dag werden ze wakker door het zachte, doch hoogst onaangename gedruppel van de regenwolk die ze gisteren aanschouwd hadden en waar ze nu midden in lagen. Weg sfeer. Ofschoon het nog maar half zeven was kraamden ze snel hun boeltje op en vertrokken ze, want daarboven zouden ze, zo geloofden enkele dromers, boven de wolken hun dutje kunnen verderzetten. En ja hoor, na een half uurtje bergbeklimmen waren de wolken nog slechts wattekes in het dal. Ze deden een dutje, ontbeten en trokken verder. Na een hele poos kwamen ze een vriendelijke bergbewoner tegen die hen vertelde dat het pad waarop ze liepen privaat was geworden en door zijn tuin liep. Dedju! Gelukkig was hij zelf een oud-scout en wees hij hen de weg. Vreemd genoeg liep dit pad na enkele kilometers dood. Terug het dal in dan maar. Maar door het vele dalen moesten ze die namiddag nog meer stijgen natuurlijk. 1200 meter op 12 km. Het werd een zware middag en ze kwamen pas aan om half elf 's avonds. Dat er van een feestje 's avonds geen sprake meer was hoeft geen betoog, ook al was er iemand jarig...
    Op naar dromenland dus, waar de canyonero's welig tieren en de kiekskes doorbakken zijn.

    Op de achtste dag gingen ze eindelijk de echte highlands in. Dat is de foeriers toen vast ook niet ontgaan. Sarah omdat ze vandaag meestapte, Mhedi omdat hij de camionet ondertussen op het eindpunt moest zien te krijgen, op 2100 meter dus. Van de zware bewolking die dag hadden ze weinig last daar ze er nu boven zaten. Toen ze langs loslopende paarden passeerden waanden ze zich even op safari. Ook ontdekten ze dat het cassetje in de cassetterecorder van reporter Lenny vol oude hits van onder andere The Police stond. Toen ze ook ontdekten dat Mr. Vain van Culture Beat, toch wel een van dé dansschijven uit de jaren negentig, kon de pret natuurlijk niet op (zie foto).
    Na deze stevige ochtendlijke klim kwamen ze uit op een winderige bergkam, namen ze een groepsfoto en trokken ze verder langs het Balcon du Canigou. Een eerder vlak tot dalend pad langs de flank van de bergen dat hen naar de voet van de pic moest brengen. Ze doorwaadden menig bergriviertje en lieten plichtsgetrouw een boodschap achter in het gastenboek van een berghutje onderweg. Aan het einde van het pas stonden Mhedi en Griet hen op te wachten voor een laatste refill van de drinkbussen en begonnen ze, na een korte mijmerende blik op de gapende leegte daar beneden en eventueel een microslaapje aan de laatste 700 meter klimmen voor die dag. Niet van de poes denkt u misschien, een uit de hand gelopen verkeersdrempel vonden de givers.
    In geen tijd kwamen ze dan ook aan bij de Chalet de Cortalets. Een huisje temidden van een landschap waarin je verwacht dat er elk moment een horde bergtrollen kan tevoorschijn komen. Te midden van de beekjes, rotsjes en koeien met bellen plantten ze één, en na wat morren ook een tweede, tentje neder. 'Het zal jullie nog van pas komen!' orakelde de leiding onheilspellend en met opgestoken wijsvinger. En jawel, na enkele onschuldige plensbuitjes in de vooravond werden de givers uiteindelijk definitief hun tent ingejaagd door wat de moeder van alle onweders moet geweest zijn. Vooral de tent die laatst werd opgezet door de die hard buitenslapers kreeg het zwaar te verduren. Kapsels werden geblust, last minute galgenmalen naar binnen gewerkt en piketten werden uitgewisseld.

    Op de negende dag maten ze de schade op: donkerblauwe wallen onder de ogen, doorweekte kleren en een verwoeste tent. Echter, veel belangrijker was dat ze die dag de Pic du Canigou (2784,66m)  moesten beklimmen. Gaandeweg veranderde het trollenlandschap in een maanladschap van rotsen en nordic walkers. Ze klommen, schuwden hierbij shortcut noch omweg en moesten er regelmatig eens van gaan zitten. Niet enkel de beklimming maar ook het uitzicht nodigde uit om zo nu en dan eens neer te zitten en naar benden te kijken. En dan klonk het plots, ietwat vertwijfeld maar vol hoop: 'is da ier de pic?'. En jawel, er stond een kruis, net als op de foto's! We hadden er lang zitten over discussieren en zitten naar wijzen, 'da is em!' 'benee! Da spel daar is veel hoger' . En nu stonden ze erop. Ze pinkten een traantje weg, zij het bij manier van spreken, en troepten samen rond het kruis want het was groepsfototijd! De zelfontspanningfunctie zij geprezen. Enkelen waagden zich ten behoeve van de compositie zelfs tot op 2786,66 m. En omdat ze niet voor niets naar boven waren geklommen bleven ze er vervolgens anderhalf uur zitten met een boterhammeke en een blikje corned beaf uiteraard. Een saxofoonspeler zorgde voor de muzikale begeleiding en er werden zelfs e-mailadressen uitgewisseld met passanten.
    En toen kwam de lange weg naar beneden: een slordige 2000 meter dalen tot in Vernet-les-bains. Lastig! En stinken dat die wolken doen! Maar beneden wachtte hen het blijde wederzien met de foeriers die hen alweer een toplocatie hadden versierd. Het perfecte decor voor wat er hen morgen te wachten stond.

    Op de tiende dag dachten ze: "Hé, dat is een schoon rond getal. Laten we eens iets geks doen", en ze gingen geheimzinnig in groepjes gaan zitten. De leiding zat een beetje op stenen te schrijven; Casie liep toch maar wat verloren dus hij mocht helpen met de grote mensen. De eerstejaars zaten een beetje te roddelen en de derdejaars waren nog het geheimzinnigst van allemaal. En toen de derdejaars de eerstejaars en Casper met lichte aandrang verzochten om in stilte in de tent te gaan zitten en af en toe iemand naar buiten riepen begon het te dagen: het was tijd om het kaf van het koren te scheiden en om voor eens en voor altijd een grote giver te worden. Den doop dus. Blijkbaar waren de groentjes ook redelijk gehecht aan hun wenkbrauwen want toen ze de plannen hoorden kwamen de traantjes. Gelukkig waren het vooral stoere praatjes. Vooral Casper, die bij de doop van vorig jaar door overmacht zijn kat had moeten sturen, kreeg het zwaar te verduren, dankzij de broer van de overmacht. En over de doop werd niet laatdunkend gedaan! Zeker niet tijdens de doop. "En als ge 't vuil kunt maken kunt ge 't ook opkuisen", verzekerde Lenny hen.


    Maar genoeg getalmd, tijd om het feestmaal te prepareren en aan tafel te gaan. Ribbetjes! Drank! Groensels! Via een ingenieus doorgeefsysteem werd alles aan de man gebracht. Hier en daar begon het ook al een beetje te kriebelen bij de tweede- en derdejaars want stiekem keken ze toch al een beetje (al een gans jaar eigenlijk) uit naar het volgende onderdeel van de avond. Extra spannend werd het toen  derde- en eerstejaars verzocht werden om apart in groepjes te gaan zitten en de tweedejaars op pad werden gestuurd. De eerste- en derdejaars moesten elk bij hetzelfde verhalen de weggelaten namen invullen. Gek genoeg bleken de eerstejaars hier veel beter in te zijn. Wanneer ze klaar waren met schuiven en discussiëren waren de tweedejaars en Esther ook terug en kon de totemisatie beginnen. Langs hun tocht hadden ze elk een vijftal stenen gevonden met daarop de belangrijkste eigenschappen die de givers destijds in Maureillas-las-Illas hadden opgeschreven over elkaar en waarop de leiding zich had gebaseerd bij het kiezen van een totem. De givers hadden er hier en daar ook nog wat commentaar bij geschreven. Introspectie ten top, tijd voor de totems dus:

    Sander: Raccoon

    Het is een kleine boombewoner die zich goed kan handhaven. De Raccoon is een INTELLIGENT en BEVALLIG dier dat met zijn behendigheid en lenigheid een aangename indruk maakt. Hij is vrolijk, opgewekt, nieuwsgierig en PLAAGZUCHTIG... Een guitige gast vol 'apestreken'. In nood is hij moedig en behulpzaam.

    Casper: winterkoninkje

    Het Winterkoninkje is een OPGEWEKTE en BLIJMOEDIGE zangvogel. Hij is bijzonder populair door zijn uitbundige VITALITEIT. Hij is behendig en snel en heeft een zekere stoutmoedigheid in zijn handelingen. Bij het geringste gevaar verandert die stoutmoedigheid in angst... maar ze keert spoedig weer. Zijn vrolijke stemming verliest hij zelden. Zelfs in volle winter zingt hij alsof het lente is. Hij hecht veel belang aan een goede verstandhouding met de naaste omgeving.

    Esther: spitssnuitdolfijn

    Het eerste wat ons van dit grote, sterke dier opvalt is zijn NIEUWSGIERIGHEID. alles wat onbekend is wordt onderzocht. Maar hij leert veel uit ervaring en die ervaring geeft hij ook aan anderen door zodat hij schuw is voor zijn belagers, waaronder de mens. Hij is LUISTERBEREID en geduldig, heeft een gevoel voor 'teamgeest' en een merkwaardig VERANTWOORDELIJKHEIDSGEVOEL. Zieke dieren worden door hun soortgenoten niet in de steek gelaten en ook gewonde exemplaren worden bijgestaan, ook in gevaar.

    Toch wel een beetje onder de indruk van dit plechtige gebeuren riepen ze hun nieuwe identiteit naar de vier windrichtingen, deden ze een handjesronde en maakten ze plaats voor de derdejaars. Zij moesten immers hun voortotem krijgen.

    Lennert: evenwichtige saterhoen

    Saterhoenen leven teruggetrokken in de Aziatische bergwouden, meestal alleen of in kleine groepjes. Ze zijn NIET WANTROUWIG, maar wel schuw; doch wanneer ze eenmaal aan een nieuwe situatie zijn aangepast, zijn ze TROUW en aanhankelijk. Ze zijn GEDULDIG en kalm, en reageren zelden impulsief, ook niet als er gevaar dreigt. Als aanpassing aan hun ruwe leefomgeving hebben Saterhoen een sterke overlevingsdrang en zijn ze, meer dan andere fazanten, niet bang van aard.

    Door de groep werd hij het vaakst omschreven als 'chill'. Vuistdikke blaar op zijn voet of niet, Lenny gaat als één blok relativeringsvermogen door het leven. Hij ziet van elke situatie wel de humor in en hij vindt hierdoor een evenwicht dat hij ook op anderen uitstraalt.

    Jessica: zorgzame axis

    Alle bewegingen van het hert zijn sierlijk, fier en waardig. Het hert is angstig en schuw. Wanneer het zich veilig voelt geeft het zijn vertrouwen. Het heeft uitstekend ontwikkelde zintuigen. In de bronstijd wordt het dier dikwijls voor de geringste kleinigheid driftig en boos. Het hert is gevoelig en sociaal, maar onderling vechtlustig.

    Door de givers werd ze gezien als het mamaatje. Ze is steeds bezorgd over het welzijn van mens en dier en ze zal hierbij geen blad voor de mond nemen.

    Eva: vrije sneeuwstormvogel

    Een elegante vogelsoort, levend in barre omstandigheden zoals zijn naam laat vermoeden. Krachtig, snel en lenig, een volhouder. Het is geen opvallende diersoort maar in nood duikt zij snel op om te helpen. Zij is uiterst opmerkzaam en schrander. Zij toont zich dankbaar en leeft in vrede met andere diersoorten. Zijn werkkracht en inzet zijn vaak fenomenaal. Zij is gekend om zijn dappere, vrolijke en opgewekte houding, die haar geliefd maken. Is zij soms boos en opvliegend, dan zal zij nadien stappen ondernemen om de banden te herstellen.

    Een kleine dappere vogel die eigenzinnig en een tikkeltje onbezonnen, zelfbewust maar vol zelfrelativering het leven tegemoet gaat. Vrij van angst, vrij van rede en vrij van zichzelf.

    Bart: vindingrijke mustang

    Dit wild prairiepaard is ontstuimig, driftig en bruisend van het leven. Het leeft in kudden en zich als de leider die door iedereen gevolgd wil worden. Iets dat hem hindert op zijn weg, wordt vertrapt. De mustang is heel moedig en bezorgd voor het welzijn van anderen. Hij zou voor hen zijn leven geven. Wie zijn vertrouwen kan winnen, mag hem als vriend beschouwen.

    In de groep toont hij zich als een creatief brein dat, vindingrijk in woord en in daad, zijn plannen tot uitvoering brengt.

    Terwijl de vier er een voor een stil van werden onthaalde de groep elke onthulling op een welgemeend 'oooooooh'. Maar met plechtigheden mag je niet overdrijven dus gingen ze toen de laatste steen was overhandigd en alle handjes waren geschud gezellig samen afwassen. Wat natuurlijk al snel ontaarde in een slagveld. Als de strijd beslecht was was het eindelijk kampvuurtijd. Hoewel het nog niet de laatste avond was had het er alle schijn naar, en dan is de nachtrust het eerste slachtoffer natuurlijk.

    Op de elfde dag tsjolden ze. Bij het opstaan dreigde er even een clash te ontstaan tussen diegenen in the zone en diegenen erbuiten. Maar daar was weinig tijd voor want ze moesten de bus naar Villefranche halen. Opstappen lukte, afstappen iets minder want eens aangekomen bleek dat ze Lenny kwijt waren. Terwijl de meesten een dutje aan het doen waren werd een zoekactie op touw gezet en al snel werd de kleine belhamel teruggevonden. Na nog een kleine toeristische slentering doorheen het historische centrum van Villefranche namen ze de trein naar Perpignan alwaar ze nog wat rondliepen, een milk-shake dronken, een dutje deden, een brug bezetten, vrienden maakten en opnieuw de trein namen richting Carcassonne. Daar was het inmiddels al vrij laat geworden blijkbaar dus repten ze zich naar de luchthaven en deden ze er hun zoveelste dutje die dag.

    Op de twaalfde dag werden ze met lichte aandrang verzocht op te staan door het vlieghavenpersoneel. Vooruit dan maar. Ze namen afscheid van Elise, die nog enkele dagen in de buurt bleef, en ze stapten de vlieger op. Ze doorkliefden het dikke wolkendek, bewonderden voor een laatste keer de wolkenzee van bovenaf en doken er tenslotte weer in. Wat tevoorschijn kwam was niet het Mediterrane Carcassonne of het woeste Pyrennee-massief maar het verkavelde Belgische lappendeken. De piloot had het duidelijk ook niet echt voor het grauwe winderige België. Hortend en stotend stormde het vliegtuig op de landingsbaan tegemoed. 

    BAF!

    Wakker worden! Hun avontuur zat er bij deze officieel op. Back to reality. Maar niets zou ooit nog hetzelfde zijn. Of wel? In ieder geval zouden ze nooit meer vergeten hoe ze twaalf dagen met die vrolijke bende de Pyrenneën doorkruisten. En mocht het toch allemaal een beetje vaag worden plots dan kunnen ze altijd nog eens het fotoalbum bekijken natuurlijk. 

    Op naar het volgende avontuur?

 

Geef commentaar

kopje ester op 1 aug

1
kwiiiil teruuuug!!
zalig verslag jos, ik kijk uit naar het vervolg!
kopje Thijs op 4 aug

2
Jaja, maak ons maar jaloers! :-)

Mooi verslag trouwens!
kopje P!eter op 10 aug

3
Merk op dat de givers onze scoutsvlag verkeerd vasthouden op de top van de Pic du Canigou.

Ik stel dan ook voor dat dit kamp wordt overgedaan om de ontering van de vlag te compenseren met een foto op een nog hogere Pic, deze keer met de vlag juist vastgehouden. :)

Erg leuk om het verslagje te lezen trouwens!
kopje eva op 19 feb

4
nice jos ! khad da nog nie eens gezien
kopje buy_viagra op 25 feb

5
kopje dosagem op 23 apr

6
kopje buy_cialis op 6 dec

7
kopje viagra_cheap op 11 dec

8
kopje
9



(?)
Anti-spam:


[ terug ]

 







 

 

 

 

 

2802 Matthieu (Akabe)
0203 Quinten (Jin)
0303 Britt (Wouters)
0303 Celien (Leiding)
0703 Arthur (Jogi's)
1103 Amber (Leiding)
1103 Maxim (Wouters)
1303 Eva (Leiding)
1303 Mauro (Kapoenen)
1303 Milo (Kapoenen)

 

Laatste Commentaren comment Datum startdag...
Je naam op 13/02
comment Nu zaterdag: Ci...
buy_viagra op 12/02
comment 20 september vl...
cheap_cialis op 12/02
comment 20 september vl...
cialis op 12/02
comment Nu zaterdag: Ci...
cialis_online op 12/02

 

 

 

Nieuws van 't Verbond

Scouts en Gidsen Baden-Powell Eeklo
© 2018 Scouts en Gidsen Baden-Powell Eeklo
Sportlaan 25 bus 3 9900 Eeklo